Als Feyenoord-supporter beleef ik dit seizoen prachtige tijden. Falende voetballers, vreselijke nederlagen, de dreiging van degradatie; het kán niet op in Rotterdam-Zuid.
Wat is het toch mooi om te zien hoe spelers, die in vroeger dagen nog niet eens bij de amateurs op Varkenoord aan de bak hadden gekomen, dat prachtige roodwitte shirt bezoedelen met luiigheid, geweldige mistrappen en tactisch onbenul. Neem nou zo'n Serginho Greene: die loopt er niet alleen bíj alsof ie een gearriveerde vedette is, hij denkt ook dat ie het ís. Daarmee sluit deze voortdurend verkeerd dekkende non-verdediger naadloos aan bij de jonkies Bruins en De Guzman. Ook zij spelen hun eigen wedstrijd op een niveau dat Lekkerkerk 7 nauwelijks ontstijgt. Mooi toch?
Op deze manier krijgen we straks nog wat extra wedstrijden aan het eind van het seizoen. Nacompetitie. Leuk: lekker ballen tegen TOP Oss en Helmond Sport en dan op dramatische wijze degraderen. Ik verheug me er nu al op. Want als Feyenoord-aanhanger houd ik van lijden, van volle gifbekers leegdrinken, van bittere teleurstellingen incasseren, van diepe ergernis en abjecte
vernedering.
Daarom snap ik ook niet dat Gerard Cox zijn seizoenkaart heeft ingeleverd. Juist nú zou deze zelfbenoemde ras-Rotterdammer er moeten staan. Fier op het ereterras en met een stem vol vibrato zijn favorieten aanmoedigen. Hand in hand, klamme naden. Geen woorden maar tranen.
Ík blijf Feyenoord tot mijn laatste snik trouw. Want ooit komt er een moment waarop ík juich. Het wachten is op de kleinkinderen van Ove Kindvall, Wim Jansen, Rinus Israel en Theo Laseroms. Dat zij hun slabbetjes mogen afwerpen, de maxi cosi's verlaten en ons tonen hoe Feyenoord hoort te voetballen. Met hart, ziel en kwaliteit. Zoals het hoort.